vrijdag 3 oktober 2014

Treiningsdag

Het gebeurt sporadisch dat ik ’s morgens de trein moet nemen.  Dan ga ik graag om een koffietje.  Dat gebaar geeft me het gevoel dat ik een echte hardwerkende zakenvrouw ben of een personage uit ‘sex and the city’.  Een tas vol zogenaamde belangrijke papieren in de ene hand en een koffie in de andere maakt mij een ander mens. 
In mijn station zijn alle kleine koffietentjes jammer genoeg opgeslorpt door die ene grote, met een ster in zijn naam.
Nu moest ik vorige week toevallig twee maal de trein nemen.  Ik kwam de eerste dag ’s morgens in het station en checkte de tijd.  Nog 12 minuten, genoeg tijd om een koffie te halen, dacht ik.  Me al voorbereidend op mijn nieuwe, verbeterde ik begon ik aan te schuiven in de koffierij.  Die was redelijk lang, maar ik had dan ook nog 12 minuten en maakte me geen zorgen.  In die grote koffiebar vragen ze je naam en nu ook schreven ze ‘Lobke’ op mijn beker.  En toen stond ik te wachten.  Als een echte zakenvrouw (ik begon me al in mijn nieuwe personage in te leven) controleerde ik nog eens mijn horloge en met een schok zag ik dat ik nog 1 minuut had.  Even twijfelde ik: liet ik mijn koffie staan of mijn trein, maar mijn attitudes namen het over en ik rende naar het perron.  Een klein moment nadat ik de trein op sprong hoorde ik het bekende fluitje en de tuuut van de dichtschuivende treindeuren.  Tijdens mijn rit probeerde ik me voor te stellen hoe de koffiemaker daar gestaan had, 1 minuut later, roepend naar ‘Lobke’ met een cappuccino in zijn hand.  De hele zaak zou weten dat ik me mispakt had aan de tijd, dat ik niet meer wachten kon.

Op de volgende treinende dag deed ik opnieuw een timecheck: nog 15 minuten.  Ik stond al boven op het perron toen ik toch rechtsomkeer maakte.  Even de koffierij bekijken: er waren maar 2 wachtenden voor me en ik ging ervoor.  Opnieuw een cappuccino.  De koffiedame vroeg mijn naam en weeral kwam de twijfel boven.  Ik zag die man weer staan, mijn naam luid roepend, zuchtend omwille van een weggelopen klant en ik antwoordde: “Loes”, naar mijn zus.  Nu was ik niet alleen een hardwerkende zakenvrouw uit Sex and the city, mijn nieuwe naam was Loes.  Gelukkig heb ik nog verschillende zussen, voor moest deze naam ook ontoereikend worden.

donderdag 18 september 2014

Moekiend

Wat zijn mijn kindjes moe na die eerste weken school.  Van verschillende kanten hoor ik dat ze niet alleen zijn, ik hoor de kinderen letterlijk en figuurlijk van alle kanten huilen.  En wat is die moeheid anders dan de vermoeidheid die je soms in een vakantie kunt hebben.  Ook ik ben uitgeput, maar dan vooral mentaal.  Ik moet het weer gewoon worden om een hele dag aan de computer te zitten en professioneel te praten met mensen.  Ik denk dat de kinderen hetzelfde voelen.
Na een dagje aan zee kan je ook afgemat zijn, maar dat is een gelukzalige vermoeidheid van de zeelucht, het spelen in het water en ploeteren door het zand, verzwaard met een hele dag in de zon zitten of wind op je huid voelen.  Een andere soort moeheid is die na een sportprestatie (en dat moet geen heuse ‘prestatie’ zijn, 5 km lopen brengt dat ook al teweeg bij mij), dan voel je je afgemat in al je spieren en pezen, wil je lichaam niets anders dan rusten, maar ben je mentaal klaarwakker.  Na een middagje in het zwembad voel ik me nog anders moe: hongerig vermoeid met een zwaar hoofd van chloor en lawaai. 
De volgende weken zullen hopelijk wat minder vermoeiend zijn, zowel voor de ouders als voor de kinderen.
En tenslotte wil ik iedereen nog een prettige dag of avond wensen.  Of zoals het meisje aan de kassa in ons plaatselijk supermarktje die de ‘r’ niet goed kan uitspreken altijd vriendelijk zegt: een pittige dag nog (of zo hoor ik het toch).

dinsdag 12 augustus 2014

Kuismicrobe

In de vakantie weiger ik te poetsen.  Het principe gaat als volgt: een deel van mijn job is huisvrouw, dus in de vakantie mag dat deel ook eens op congé.  Ook is het soms heel absurd om te poetsen met 2 creatieve kinderen thuis, een uurtje later lijkt het alsof je het werk nooit gedaan hebt.  Zo kun je altijd opnieuw beginnen.
Of ik begin het verlof toch altijd met dat principe in mijn hoofd.  Een aantal weken kan ik het volhouden en zorgeloos genieten van het niks-moet-alles-mag-gevoel met als bijkomend effect een vuil huis.  Als de zon ons bezig houdt en we buiten leven is dat goed vol te houden.  Maar dan komt hij (ik denk toch dat een regendag mannelijk is): die lange regendag waarbij het vuil niet meer te negeren is en de berg was te groot geworden is.  En dan krijg ik de kuismicrobe.  Mijn kinderen moeten dan even baan ruimen voor mijn stofzuiger en dweil, mijn wasmachine draait overuren.  Het lijkt dan alsof alles in mijn hoofd chaotisch is en met niks anders opgelost kan worden dan met een proper huis.  Een workout later volgt de rust, fysiek en mentaal.  Mijn kinderen doen erna alweer erg hun best om het vuil te maken, maar ik ga uit van het principe: ik poets maar als ze weer opnieuw naar school zijn, op 1 september.

dinsdag 22 juli 2014

Happylike

De laatste tijd kreeg ik enkele goede verbale reviews over mijn blogje.  Het frappante van deze feedback is dat deze personen stuk voor stuk nog nooit een blogstukje geliket hebben op facebook.  Nu is er over dat liken ook veel te zeggen.  De virtuele wereld is een nepgemeenschap waar iedereen zich beter voordoet dan hij eigenlijk is, dat weet (hopelijk) iedereen.  En goed face-to-face commentaar is beter dan 10 vind-ik-leuks, maar toch doet een like iets met een mens.  Een vind-ik-leuk geeft een instant geluksgevoel.  Een beetje zoals ik me een snuifje cocaïne voorstel.
Mijn man maakt er altijd een wedstrijd van (hij is dan ook zeer competitief en maakt overal een wedstrijd van), het meest vind-ik-leuks.
Blijkbaar heb ik dus mensen die mijn blogje lezen, maar er niet voor willen of durven uitkomen.  Ik ben nog aan het uitzoeken of dat iets goeds of iets slechts is.  50 shades heeft ook niemand gelezen, maar E.L. James is er toch rijk van geworden (al zal het zo'n vaart wel niet lopen).
Ik heb de anonieme personen wel gevraagd of hun imago er iets mee te maken had, maar ik kreeg geen sluitende antwoorden (het waren dan ook vage gesprekken op vage tijdstippen).
Misschien is er vandaag wel een zieltje die me een instant happy gevoel wil geven.  Maar als dat niet zo is, niet getreurd, 'happy' is momenteel 'my middle name'.

Lobke Happy Toch

woensdag 11 juni 2014

Verjaardagsdepressie

Een tijdje geleden zag ik een filmpje van een meisje dat voor haar verjaardag een vaas 'made in China’ kreeg en enthousiast vroeg of ze een reis naar China kado kreeg.  Of hoe je altijd te veel van een verjaardag verwacht.  Jarenlang heb ik beweerd mijn verjaardag niet belangrijk te vinden.  Ik heb verjaardagen gevierd met enkel mijn moeder die een uurtje naar mijn kot kwam om gezond eten voor me te koken en mijn gasvuur proper te maken om me daarna terug achter mijn bureau te verschuilen.  Ook enkele jaren met huilbaby op de arm.  Telkens probeerde ik die dag te negeren.  Want als je er veel van verwacht, dan gebeurt er toch niks.
En er wordt ook veel van jou verwacht: trakteren, kussen uitdelen, voor taart zorgen, eten maken, … 
Ook op de sociale media moet je mee zijn: men verwacht bij elke ‘happy birthday’- opmerking dat je toch tenminste tegen de avond een leuk en gevat bedankingswoordje op je account zet.  En het liefst van al doe je bij ieder apart een ‘vind ik leuk’, zodat mensen zich uniek zouden voelen.  In omgekeerde richting geldt hetzelfde: er wordt verwacht dat je aan elke facebook’vriend’ een leuk woordje wijdt op zijn/haar verjaardag, ook al heb je hem of haar in jaren niet meer gezien.  Het laatste jaar heb ik dat bewust eens niet gedaan.  Alleen mensen die ik als ‘echte vriend’ beschouw krijgen van mij een ‘hieperdepieper’ toegeworpen, het liefst via sms.  Bij wijze van experiment wou ik eens kijken wie van mijn facebook’vrienden’ me dan toch proficiateert, ondanks mijn nalatigheid.  Merken mensen wel nog dat je een attentie voor hen achterlaat of verdwijnt het in de put met alle andere wensen?  Niet dat ik het niet apprecieer, maar ik vind het nog altijd een speciaal gegeven. 
Dit jaar voel ik niks meer: geen verwachtingen, geen ontgoocheling en dat is nog het leukste van al.  Meer dan een beetje aandacht van mijn beste vriendinnen en (schoon)familie, mijn sexy vent, een heldere hemel en een mooie tekening van mijn twee dochters heb ik niet nodig.  Bij deze toch een (gevat) bedankingswoordje voor alle attenties vandaag … En hopelijk zijn mijn facebook'vrienden' dit schrijfseltje volgend jaar vergeten, zodat ik toch nog wat virtuele wensen krijg...

donderdag 22 mei 2014

Rustthee

Op sommige dagen verlang ik naar dat moment wanneer de rust in huis eindelijk wederkeert.  Dat moment wanneer mijn twee meisjes na een dag vol leven zich overgegeven hebben aan een heerlijke nacht slaap, hier en daar nog wat speelgoed en vuile kleren achterlatend.  Dat moment wanneer ik mijn spannende kleren uitdoe en een lange vlecht maak in mijn haar.  Dan kruip ik onder een deken in mijn zetel en adem eerst de stilte van het moment in.  De rolluiken gaan naar beneden en schreeuwen naar voorbijgangers: „Laat mij met rust, hier heerst de eerste stilte na een lange dag vol gejoel, ruzies, verhalen.”  De waterkoker kookt voor mij het warme water terwijl ik de restjes van de dag verwijder. De thee is de aanzet tot stilstand en mijn avond kan beginnen: een romantische film waarbij ik heimelijk een traantje wegpink, een goed boek waarin ik mezelf volledig kwijt raak, een gezelschapsspelletje met mijn man waarbij ik steevast verlies (bij dat verliezen heb ik ambivalente gevoelens: stiekem vind ik dit niet leuk, maar aan de andere kant vind ik een winnende man wel sexy) of een blogje schrijven.  Op sommige dagen verlang ik dus naar dit moment, meestal dagen waarbij de regen maakt dat mijn meisjes het teveel aan opgestapelde energie niet kwijt kunnen, of dagen waarbij ze bij de minste aanleiding ruzie maken (met elkaar en met mij).
Gelukkig zijn er ook die andere dagen, deze waarin ik de hele dag moet glimlachen om de kleine verhalen, hun fantasie tijdens het spel of het gesmak tijdens het eten. 

zaterdag 10 mei 2014

Fietsrecidief

Mijn oudste dochter kwam al glunderend thuis na de wieltjesdag: er konden maar drie kindjes van de klas op haar fiets rijden, voor de rest was het nog te moeilijk.  Voor haar is fietsen een tweede natuur, maar ook bij tweede naturen is het leuk er eens een pluim voor te krijgen.  De jongste dochter fietst ook al mee, maar de keuze op welk rijwiel ze zal fietsen is nog moeilijk.  Met haar klein brikje kunnen haar beentjes de snelheid van de trappers niet volgen.  Met de grotere fiets lijkt het alsof ze vliegt, maar is starten en stoppen een aanzienlijke uitdaging.  Om op te stappen moet mijn kleine meid een stoeprand zoeken en wanneer ze remt hopt ze van haar stalen ros alsof ze van een paard springt.
Het is grappig en vreemd tegelijkertijd om te zien dat mijn meisjes op dezelfde fietsobstakels botsen als mij.  Zo schrikken ze ook als een auto te snel en te dicht langs komt rijden of hebben ze al geleerd om ook in voorrangssituaties te kijken of geen auto nadert.  Mijn oudste dochter zei zelfs laatst aan haar 'metje’ dat ze volledig akkoord gaat met onze keuze autoloos door het leven te gaan, omdat er al auto’s genoeg zijn.  Ik las in de krant dat er veel van haar generatiegenoten het met haar eens zijn, wat toch goed nieuws is.  Al is het jammer dat de ouders nog niet altijd mee willen en voor een ritje van een kilometer naar school de auto nemen.
Het is ook zeer vermakelijk wanneer ik mezelf herken in mijn oudste dochter wanneer ze bij een naderende hindernis versnelt wanneer ik versnel of zich laat afzakken wanneer ik dat doe.  Ook ik weet nooit wanneer ik wat moet doen: de meest dominante fietser komt dan boven.
Het beldilemma hebben we ook al een paar keer gehad.  Persoonlijk houd ik er niet van dat naderende fietsers bellen om aan te kondigen dat ze eraan komen, ik vind dat nogal agressief overkomen.  Maar sommige mensen schrikken als je hen voorbijsteekt zonder te bellen en houden er niet van als je niet belt.  Ik heb speciaal een niet-agressief klinkende bel op mijn fiets, maar toch zie ik mezelf niet veel in bellende situaties.  Ik probeer het dilemma op te lossen door al fluitend of neuriënd door het leven te gaan, wat mijn humeur ook alleen maar ten goede doet.
We blijven voorlopig dus verder al fietsend door het leven gaan, verwend door de vrijheid, hobbelend op de eeuwige kasseien, enkel afhankelijk van de onvoorspelbaarheid van het weer.  Maar zoals de clichés meestal waar zijn: je smelt niet van een spatje regen en je hebt het maar zo koud als je gekleed bent (of hoe ging dat ‘weer’?).