Deze week ben ik met mijn gevoel even terug in het jaar 1999.
In dat jaar stond ik elke woensdagavond netjes in de wachtrij van het telefoonhokje. Om 19 uur verwachtte mijn moeder namelijk een belletje. Om haar gerust te stellen. Dat alles goed met me ging. En dat ik vrijdag in de loop van de avond thuis kwam om mijn rugzak af te zetten. Neen, ik moest geen eten hebben, we gingen in de scouts wel frietjes halen. Op het thuisfront ging alles ook goed. Meestal was mijn protonkaart hierna leeg en moest ik hem herladen. Er stonden toch nog wachtenden na mij.
Maar terug in deze tijd. Mijn GSM (mag je een iphone eigenlijk zo noemen of zal hij nu beledigd zijn?) is stuk en in het wachten op een stuk (om het stukke toestel te maken) bevind ik me even in niemandsland. Onbereikbaarland. Het was even afkicken, maar nu voelt het heerlijk. Je niet verplicht voelen om direct sms-en of op het toilet een oproep te beantwoorden. Niet mee zijn met het nieuws van de dag (zowel op globaal als meer persoonlijk vlak). Mijn oude radiowekker is afgestoft en doet al 2 dagen flink waarvoor hij eigenlijk bedoeld is. De herwonnen vrijheid vul ik met boeken lezen in plaats van facebooken, reisjes boeken in plaats van wordfeuden, mijn kinderen (inclusief man) aandacht geven in plaats van de digitale krant lezen. Nu weet ik weer waarom er in 1999 zo'n party's waren: er werden geen filmpjes geschoten als je gek danste, geen selfies opgedrongen...
Het mag wel even duren, dat vrije gevoel. Alleen... Morgen moet ik de hort op. En voor het eerst sinds het après-nokia-tijdperk moet dat zonder mijn zakGPS. Ik heb nog eens een plannetje afgedrukt in Mappy. Hopelijk zijn er geen wegenwerken...