dinsdag 26 november 2013

Lieve grootmoe,


Het is vandaag 2 jaar geleden en het is raar dat je er niet meer bent, fysiek ‘bent’, maar ik heb het werkwoord ‘zijn’ niet nodig om je te beleven.  Hier enkele herinneringen door de ogen van je kleinkind:
Je hele leven stond altijd in het teken van zorgen voor anderen: in de winkel, voor je mama en papa, voor je kinderen, voor grootva, zelfs toen je al in het ziekenhuis lag had je medelijden met ‘da menske’ die bij je op de kamer lag.
Oud worden mét grootva vond je niet erg, maar toen je enkel nog voor jezelf moest zorgen ging je dat minder goed af.  Dan nog liet je de familiaal helpster iedere maandag soep voor mijn dochter maken en ging je om Samsonkoekjes zodat je achterkleinkinderen niks te kort zouden hebben tijdens de bezoekjes aan jou. 
Ze zeggen dat ik je mooie benen, je voorkeur voor flanellen lakens en je goedlachsheid geërfd heb.  Ik hoop dat ik dat zorgende, dat in het teken staan van een ander ook (een beetje) geërfd heb.
Ik weet niet hoe de oorlog voor je moet geweest zijn, je vertelde er niet veel over.  Wel dat je de liefdesbrieven die je naar grootva stuurde met rode stylo verbeterd terugkreeg, omdat grootva nogal vasthoudend de nieuwe spelling predikte.
Je vertelde dat je nadat je een maand getrouwd was, al wenend de trap naar beneden kwam, omdat je je maandstonden had, tot groot jolijt van je moeder.  Maand 2 van ’t zelfde.  Gelukkig was ‘t ‘prijs’ bij maand 3.  Je dochter werd geboren.  De zwangerschap van je eerste zoon verliep niet zo vlot.  Na een bloeding moest je maanden plat liggen met een drukke winkel en een kleine dochter.  Je hebt er nooit tegen gekund je –in jouw ogen- waardeloos te voelen.  Na je derde kind, papa, kwamen geen meer, ook al vertelde je dat jullie altijd ‘je plichten’ deden.
Toen ik eens aan het klagen was dat mijn ventje zijn vlees alleen lekker vindt als het goed doorbakken is leerde je me dat je altijd moet doen wat je man graag heeft.  Je hebt gelijk, het gaat er nu veel gemoedelijker aan toe bij ons thuis ;-)
Als iemand verdrietig was kon je altijd luisteren, het hielp ook wel dat je porto’s van een redelijk formaat waren.
Je hebt me m’n hele leven een beetje willen beschermen.  Zo verdedigde je me altijd als mama kwaad was op mij, maar mijn zus eigenlijk de kattenkwaad uitgehaald had.  En ook toen ik je vraag of ik graag wilde trouwen beantwoordde met: “Is een samenlevingscontract ook goed?” reageerde je gemoedelijk, al moest ik dat enkele jaren later nog veel horen.
Grootmoe, je kan nu weer voor grootva gaan zorgen en ik weet dat je dat goed zult doen.

zondag 24 november 2013

Eetstemming


Het zit al in onze cultuur, maar in het ene gezin komt het nog meer voor dan in het ander.  En bij ons thuis was en komt het extreem voor: wij lossen alles op met voedsel.
Toen mijn grootmoe nog leefde en ik bij haar op bezoek ging omdat ik verdriet had kreeg ik steevast een porto.  Zo een waarvan ik toen ik buiten kwam niet meer wist waarom ik eigenlijk binnen was gegaan. 
Grootmoe echter leerde me de gezelligheid van eten niet, dat was mijn moeder.  Nu nog altijd is met zijn allen aan tafel zitten het meest sfeervolle moment van de week, zowel binnen ons klein gezin als bij de (groot)ouders.  De tafel is daar meestal te klein geworden, waardoor de kinderen apart moeten gaan zitten, wat ook zijn voordelen heeft.  Praten, lachen, proeven en eten tot je het gevoel hebt dat je nog enkel rollend kunt vertrekken, het hoort allemaal bij de gemoedelijkheid.  Natafelen is dan ook geen werkwoord, maar een deugd.  Mijn moeder maakte voor elk van haar dochters een handgeschreven kookboek waarin de familierecepten doorgegeven worden, want naast het gezelschap kan het eten zelf ook herinneringen opwekken. 
Ik betrap mezelf er ook op dat ik alles met spijs wil oplossen.  Heeft mijn vriendin het lastig: ik breng soep voor haar mee.  Ruzie met mijn wederhelft: ik maak spaghetti (de liefde van de man…).  Mijn zus lang niet gezien: uit schuldgevoel mag ze mee-eten.  Op een regenachtige zondagmiddag maak ik pudding of koekjes met de kindjes, zodat ze zich niet zouden vervelen en we het gevoel van een behaaglijke zondagmiddag creëren.  Daarom vind ik het van belang minimum 1 maal per dag samen met het gezin te eten.  En ook al verloopt dit soms wat moeilijk door hyperactieve kinderen, wellicht worden de mooiste verhalen aan die tafel verteld.
Ook mijn emoties worden in eetgedrag vertaald.  Wanneer ik me wat neerslachtig voel is de chocolade niet veilig in de kast.  Mijn koude kant krijgt het wat warmer door lekker warm eten en verse soep. Een moeilijk gesprek wordt een beetje makkelijker met een kopje koffie of thee er bij.  En als hier dan ook een heerlijk taart bij geserveerd wordt, gaat een mens nog beter communiceren.
Ik vind het dan ook heerlijk om met (gezond) eten bezig te zijn: kooklessen volgen, boeken lezen, ervaringen uitwisselen,…  Het hoort allemaal bij iets wat we dagdagelijks verschillende malen doen en daarom vind ik het cruciaal om het aangenaam te maken.


zondag 17 november 2013

Zelfrede


Tijdens mijn scoutsjaren kreeg ik de naam eigenzinnige dolfijn.  Dolfijn staat voor gezellig, dartel, vrolijk en heel bewegelijk.  Ook zou het ondeugend en vriendelijk zijn.
Er zijn veel definities van eigenzinnig, maar de mijne is dat ik mijn eigen zin doe en mij daarbij geen zier van anderen probeer aan te trekken.  Schapenmentaliteit is niet echt voor mij weggelegd.  Soms kan ik ook halsstarrig een mening blijven verdedigen tot die gecounterd wordt met goed gestaafde tegenargumenten.
Mijn beide dochters hebben een groot deel van dit karaktertrek van mij geërfd.  Mijn moeder zegt dat boontje om zijn loontje komt en dat ik nu eens weet hoe het was om mezelf als dochter te hebben.  Al denk ik dat de appel ook niet ver van haar boom gevallen is, vandaar de soms keiharde ruzies in mijn puberjaren. 
Het verschil tussen mijn jongste dochter en mij is dat zij de zelfzekerheid en nonchalance van haar vader meegekregen heeft.  Ik was te onzeker en consciëntieus om écht eigengereide dingen te doen.  Haar houdt niemand tegen.  Zo neemt ze een snoep uit de bak in het kruidvat en zelfs nadat ik haar heel erg deed schrikken met mijn kwaadheid, probeert ze het de volgende keer opnieuw (al had ik haar deze keer in het snotje, vijfjarigen kunnen gelukkig nog niet goed inschatten wanneer ze in de gaten gehouden worden).  De ochtendspits is dan ook meestal een eigenwijs miserie moment.  Ze wil die rok niet aan, want deze is niet mooi en die legging past er niet bij.  Haar haar moet in een staart en oh wee als een krul eruit komt piepen, mama mag opnieuw beginnen.  Die schoenen zitten niet makkelijk, dus doet ze haar sportschoenen aan.  En die muts trekt haar mooie staart weer uit haar haar, dus die vliegt de kast weer in.  Mijn bravere oudste dochter heeft ook zo haar eigenzinnige momenten.  Zo wil ze zo lang ik mij kan herinneren (en ze is nog maar 8 jaar) geen broek aan.  En durft ze ook al eens met de deuren te slaan als iets niet gaat zoals ze in haar hoofd had.
Ze zeggen dat een eigenwijsheid eigen is aan kleine kinderen, maar hoe langer ik er over nadenk hoe meer ik denk dat dit er niet meer uit zal groeien.  En misschien is dat wel goed.  Eigenzinnige kinderen worden eigenzinnige volwassenen.  En laat dat net iets zijn wat aantrekkelijk is in mensen (al zeg ik het zelf).
  

maandag 4 november 2013

Lombke toch


Het begon met mijn oudste dochter die vroeg om een pompoen uit te hollen en het eindigde met een snee in mijn duim en één in mijn wijsvinger.  The story of my life…  Mijn mémé vertelde altijd aan iedereen die het horen wilde: “Zet een paal in het midden van een veld en Lobke loopt ertegen.”  (mijn voetbalcarrière is hierdoor nooit van de grond gekomen)  Mama deed er meestal nog een schepje bovenop en beschreef me als: “Schone, mo loemp.”  In sommige kringen begonnen ze me zelfs ‘Lompke’ te noemen.  Mijn moeder kocht altijd 30 glazen in dezelfde goedkope versie, omdat ze wist dat er na enkele maanden toch niet meer veel van overbleven door mijn niet aflatende onhandigheid.  Ook in mijn keuken is een volledig servies (of gewoon al 4 dezelfde glazen) een utopie. 
Het rare is dat ik nooit iets zeer ernstig tegen gekomen ben (hout vasthouden).  Op enkele blauwe plekken, waarvan ik meestal niet weet waar ze vandaan komen en littekens met een verhaal, na heb ik nooit erge wonden gehad.  Een litteken op mijn voet van mijn fietspikkel die toevallig uitstak, één op mijn scheenbeen van het fietsstoeltje waarvan een ijzer me in de weg zat.  Verschillende op mijn knieën van meerdere, de ene al dommer dan de andere, valpartijen.  Eén op mijn buik van het kopen van een kindje (al heeft dit –denk ik- niet veel met mijn lompheid te maken).  Verschillende op mijn ellenbogen en heel veel aan mijn vingers, vooral van messen die te scherp blijken voor mijn onhandig gedrag…
Nu vraag ik me soms af wat de oorzaak is van die onhandigheid.  Wil ik te veel tegelijkertijd doen?  Soms ben ik, zoals een echte (multitaskende) vrouw betaamt, én aan het telefoneren én aan het koken én mijn kinderen aan het entertainen én mijn dag overlopen én nog vlug eens de oven uitkuisen én….; dit in willekeurige volgorde.  Of komt het door mijn zwakke vermogen tot concentratie?  Al heb ik het gevoel dat deze nu toch beter is dan enkele jaren geleden, toen ik nog op de schoolbanken zat.  Of zou het een combinatie van de twee zijn?  Alhoewel ik vroeger op die voorheen genoemde schoolbanken het liefst 2 opdrachten samen deed (én de les van vorige week overschrijven én deze van deze week volgen) om me beter te kunnen focussen.  Wat de oorzaak ook is, ik zal waarschijnlijk nooit blauweplekken- en morsloos door het leven gaan.