Het is vandaag 2 jaar geleden en het is raar dat je er niet meer
bent, fysiek ‘bent’, maar ik heb het werkwoord ‘zijn’ niet nodig om je te
beleven. Hier enkele herinneringen door de ogen van je kleinkind:
Je hele leven stond altijd in het
teken van zorgen voor anderen: in de winkel, voor je mama en papa, voor je
kinderen, voor grootva, zelfs toen je al in het ziekenhuis lag had je
medelijden met ‘da menske’ die bij je op de kamer lag.
Oud worden mét grootva vond je niet
erg, maar toen je enkel nog voor jezelf moest zorgen ging je dat minder goed
af. Dan nog liet je de familiaal helpster iedere maandag soep voor mijn
dochter maken en ging je om Samsonkoekjes zodat je achterkleinkinderen niks te
kort zouden hebben tijdens de bezoekjes aan jou.
Ze zeggen dat ik je mooie benen, je
voorkeur voor flanellen lakens en je goedlachsheid geërfd heb. Ik hoop
dat ik dat zorgende, dat in het teken staan van een ander ook (een beetje)
geërfd heb.
Ik weet niet hoe de oorlog voor je
moet geweest zijn, je vertelde er niet veel over. Wel dat je de
liefdesbrieven die je naar grootva stuurde met rode stylo verbeterd terugkreeg,
omdat grootva nogal vasthoudend de nieuwe spelling predikte.
Je vertelde dat je nadat je een
maand getrouwd was, al wenend de trap naar beneden kwam, omdat je je
maandstonden had, tot groot jolijt van je moeder. Maand 2 van ’t
zelfde. Gelukkig was ‘t ‘prijs’ bij maand 3. Je dochter werd
geboren. De zwangerschap van je eerste zoon verliep niet zo vlot.
Na een bloeding moest je maanden plat liggen met een drukke winkel en een
kleine dochter. Je hebt er nooit tegen gekund je –in jouw ogen-
waardeloos te voelen. Na je derde kind, papa, kwamen geen meer, ook al
vertelde je dat jullie altijd ‘je plichten’ deden.
Toen ik eens aan het klagen was dat
mijn ventje zijn vlees alleen lekker vindt als het goed doorbakken is leerde je
me dat je altijd moet doen wat je man graag heeft. Je hebt gelijk, het
gaat er nu veel gemoedelijker aan toe bij ons thuis ;-)
Als iemand verdrietig was kon je
altijd luisteren, het hielp ook wel dat je porto’s van een redelijk formaat
waren.
Je hebt me m’n hele leven een
beetje willen beschermen. Zo verdedigde je me altijd als mama kwaad was
op mij, maar mijn zus eigenlijk de kattenkwaad uitgehaald had. En ook
toen ik je vraag of ik graag wilde trouwen beantwoordde met: “Is een
samenlevingscontract ook goed?” reageerde je gemoedelijk, al moest ik dat
enkele jaren later nog veel horen.
Grootmoe, je kan nu weer voor
grootva gaan zorgen en ik weet dat je dat goed zult doen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten