donderdag 22 mei 2014

Rustthee

Op sommige dagen verlang ik naar dat moment wanneer de rust in huis eindelijk wederkeert.  Dat moment wanneer mijn twee meisjes na een dag vol leven zich overgegeven hebben aan een heerlijke nacht slaap, hier en daar nog wat speelgoed en vuile kleren achterlatend.  Dat moment wanneer ik mijn spannende kleren uitdoe en een lange vlecht maak in mijn haar.  Dan kruip ik onder een deken in mijn zetel en adem eerst de stilte van het moment in.  De rolluiken gaan naar beneden en schreeuwen naar voorbijgangers: „Laat mij met rust, hier heerst de eerste stilte na een lange dag vol gejoel, ruzies, verhalen.”  De waterkoker kookt voor mij het warme water terwijl ik de restjes van de dag verwijder. De thee is de aanzet tot stilstand en mijn avond kan beginnen: een romantische film waarbij ik heimelijk een traantje wegpink, een goed boek waarin ik mezelf volledig kwijt raak, een gezelschapsspelletje met mijn man waarbij ik steevast verlies (bij dat verliezen heb ik ambivalente gevoelens: stiekem vind ik dit niet leuk, maar aan de andere kant vind ik een winnende man wel sexy) of een blogje schrijven.  Op sommige dagen verlang ik dus naar dit moment, meestal dagen waarbij de regen maakt dat mijn meisjes het teveel aan opgestapelde energie niet kwijt kunnen, of dagen waarbij ze bij de minste aanleiding ruzie maken (met elkaar en met mij).
Gelukkig zijn er ook die andere dagen, deze waarin ik de hele dag moet glimlachen om de kleine verhalen, hun fantasie tijdens het spel of het gesmak tijdens het eten. 

zaterdag 10 mei 2014

Fietsrecidief

Mijn oudste dochter kwam al glunderend thuis na de wieltjesdag: er konden maar drie kindjes van de klas op haar fiets rijden, voor de rest was het nog te moeilijk.  Voor haar is fietsen een tweede natuur, maar ook bij tweede naturen is het leuk er eens een pluim voor te krijgen.  De jongste dochter fietst ook al mee, maar de keuze op welk rijwiel ze zal fietsen is nog moeilijk.  Met haar klein brikje kunnen haar beentjes de snelheid van de trappers niet volgen.  Met de grotere fiets lijkt het alsof ze vliegt, maar is starten en stoppen een aanzienlijke uitdaging.  Om op te stappen moet mijn kleine meid een stoeprand zoeken en wanneer ze remt hopt ze van haar stalen ros alsof ze van een paard springt.
Het is grappig en vreemd tegelijkertijd om te zien dat mijn meisjes op dezelfde fietsobstakels botsen als mij.  Zo schrikken ze ook als een auto te snel en te dicht langs komt rijden of hebben ze al geleerd om ook in voorrangssituaties te kijken of geen auto nadert.  Mijn oudste dochter zei zelfs laatst aan haar 'metje’ dat ze volledig akkoord gaat met onze keuze autoloos door het leven te gaan, omdat er al auto’s genoeg zijn.  Ik las in de krant dat er veel van haar generatiegenoten het met haar eens zijn, wat toch goed nieuws is.  Al is het jammer dat de ouders nog niet altijd mee willen en voor een ritje van een kilometer naar school de auto nemen.
Het is ook zeer vermakelijk wanneer ik mezelf herken in mijn oudste dochter wanneer ze bij een naderende hindernis versnelt wanneer ik versnel of zich laat afzakken wanneer ik dat doe.  Ook ik weet nooit wanneer ik wat moet doen: de meest dominante fietser komt dan boven.
Het beldilemma hebben we ook al een paar keer gehad.  Persoonlijk houd ik er niet van dat naderende fietsers bellen om aan te kondigen dat ze eraan komen, ik vind dat nogal agressief overkomen.  Maar sommige mensen schrikken als je hen voorbijsteekt zonder te bellen en houden er niet van als je niet belt.  Ik heb speciaal een niet-agressief klinkende bel op mijn fiets, maar toch zie ik mezelf niet veel in bellende situaties.  Ik probeer het dilemma op te lossen door al fluitend of neuriënd door het leven te gaan, wat mijn humeur ook alleen maar ten goede doet.
We blijven voorlopig dus verder al fietsend door het leven gaan, verwend door de vrijheid, hobbelend op de eeuwige kasseien, enkel afhankelijk van de onvoorspelbaarheid van het weer.  Maar zoals de clichés meestal waar zijn: je smelt niet van een spatje regen en je hebt het maar zo koud als je gekleed bent (of hoe ging dat ‘weer’?).