In de vakantie weiger ik te poetsen. Het principe gaat als volgt: een deel van mijn job is huisvrouw, dus in de vakantie mag dat deel ook eens op congé. Ook is het soms heel absurd om te poetsen met 2 creatieve kinderen thuis, een uurtje later lijkt het alsof je het werk nooit gedaan hebt. Zo kun je altijd opnieuw beginnen.
Of ik begin het verlof toch altijd met dat principe in mijn hoofd. Een aantal weken kan ik het volhouden en zorgeloos genieten van het niks-moet-alles-mag-gevoel met als bijkomend effect een vuil huis. Als de zon ons bezig houdt en we buiten leven is dat goed vol te houden. Maar dan komt hij (ik denk toch dat een regendag mannelijk is): die lange regendag waarbij het vuil niet meer te negeren is en de berg was te groot geworden is. En dan krijg ik de kuismicrobe. Mijn kinderen moeten dan even baan ruimen voor mijn stofzuiger en dweil, mijn wasmachine draait overuren. Het lijkt dan alsof alles in mijn hoofd chaotisch is en met niks anders opgelost kan worden dan met een proper huis. Een workout later volgt de rust, fysiek en mentaal. Mijn kinderen doen erna alweer erg hun best om het vuil te maken, maar ik ga uit van het principe: ik poets maar als ze weer opnieuw naar school zijn, op 1 september.