Mijn liefste,
Ik herinner me 19 augustus 2005 als de dag dat je me achteraan op je stalen ros naar een kapelletje in het bos bracht en mijn man werd. Jij in een mooi kostuum. Ik bijna in het wit, kortgerokt en hoogzwanger.
Niet omdat het moest, maar omdat het kon.
Vandaag zijn we 10 jaar man en vrouw.
Vorige maand nog trokken we met onze rugzak door de bossen. Zoals we 10 jaar geleden ook deden, maar dan met 10 jaar meer bagage. Daar kwamen we weer tot de kern van onze relatie. De kraken in ons leien dakje werden opgevuld.
Jij versterkt (of bent) mijn oriëntatie in ruimte en tijd, ik krijg alles georganiseerd. Jij versterkt ook mijn beenspieren. Ik breng jou tot rust. Jij geeft me energie, terwijl ik jou leer om geduld te hebben (het kan even duren voor ik uit die lekker warme douche kom...) Jij laat me lachen, maar ik schaaf je te droge humor af en toe bij. Jij leert me zwart-wit (of was het wit-zwart?) te denken, ik probeer jou wat grijstinten mee te geven. Jij begrijpt (dus hoort) niet veel tot je het gezien hebt, ik zie niet veel tot ik het gehoord (of begrepen) heb. We vullen elkaar aan.
En toch zijn we al zo lang samen dat we soms niet meer weten van wie we welk trekje geërfd hebben. Zoals de gewoonte om bij elke gebeurtenis een aangepast liedje te zingen. En de namen van onze kinderen erin te verwerken. Of 's morgens cornflakes te eten en 's avonds thee te drinken. We zijn samen één en toch nog genoeg apart en dat is precies zoals ik het 10 jaar geleden gewenst heb. Bedankt. Ik hou van je!
Je keppe, Lobke.
