vrijdag 21 maart 2014

Dwaalster

Ik zie mezelf nog staan, mijn gouden golf geparkeerd langs de kant van de weg.
In mijn herinneringen gebeurde het alleen op grijze dagen.  En dan belde ik mijn noodnummer.  „Papa,” hoorde ik mezelf dan zeggen, „ik ben verdwaald.”  Mijn rustige vader bracht me gelukkig altijd op het juiste spoor met enkel de aanwijzing van 'een lindeboom’, 'een verkeerslicht’ en 'een blauw bordje’. 
Al toen ik kind was verdwaalde ik overal.  Als 8-jarige ben ik eens op de dijk aan zee verloren gelopen (hoe dat kan?) en een paar uur vermist geweest. 
Gelukkig (of net daarom?) ben ik getrouwd met een man met ingebouwd kompas.  Mijn geliefde vindt overal de weg, ook al zitten we midden in het bos met enkel een schors met mos bekleed als aanwijzing.  Dat geeft mij enorm veel rust.  Want de weg zoeken is voor mij gelijk aan stress.  
De belangrijkste momenten in mijn leven gaan dan ook hand in hand met het voorbereiden van en zoeken naar de juiste route.  De laatste dag van mijn eerste job verdwaalde ik met een collega (ik reed, zij naast mij) naar de plaats waar we met het team afgesproken hadden.  De wandeling hebben we moeten overslaan, maar we konden direct aan de aperitief beginnen (met enige hysterie eraan voorafgaand).  Op mijn volgende job moest ik een school terug vinden in een woonwijk.  Ook al was ik er al verschillende keren geweest, op de laatste dag speelde ik het nog klaar om een verkeerde straat in te rijden.  Vandaag nog raadpleegde ik google maps om het restaurantje waar ik afgesproken had, dat op 2 minuten fietsen van mijn werk verwijderd is, terug te vinden.  En zo kan ik -tig verhalen vertellen over verdwaalde lobkes in het (sprookjes)bos.
Er is nu gelukkig een goede uitvinding: de gps. (Alhoewel ik mét ook nog durf verdwalen, wie weet nu hoeveel exact 600 meter is?)  
Ironisch genoeg geven we aan mijn vader voor zijn 59-ste verjaardag een nieuwe navigatiesysteem cadeau.  Ik krijg per ongeluk express zijn oude...(alhoewel ik al jaren geen auto meer heb)

zondag 9 maart 2014

Levenssoundtrack

Mijn jongste dochter mocht samen met haar papa eens testen of ze al op een fiets van een maatje groter kon.  Ik liep achter langs de vesting.  Ze fietsen voor me: de sterke man op de grote fiets naast het kleine meisje, nog een beetje onstabiel op haar ’nieuwe' fiets.  De solide armen van haar papa klaar om haar op te vangen.  De eerste lentezon blonk op hun rug.  Een bijpassend muziekje weerklonk in mijn oren.  En dan word ik even een personage in mijn eigen film.  Met een zeer goede soundtrack, want ik koos alle liedjes zelf uit.  Soms ben ik zelfs geen personage als ik naar muziek luister, maar een toeschouwer.  Het lijkt of ik de mensen beter kan observeren, meer afstand kan nemen wanneer er een goed liedje in mijn hoofd of oren weerklinkt.  
Een liedje moet eigenlijk zelfs niet mooi zijn om een bepaald gevoel op te roepen.  De herinnering aan een bepaalde gebeurtenis in mijn leven kan ook weerspiegeld worden in een 'foute’ song dat toen juist op de radio was.  Of dat op dat moment een hitje was.  Zo zal 'teenage dirtbag' me altijd doen wegdromen over de beginperiode van mijn relatie.  Of 'the spirit' van Fiocco aan mijn 18de levensjaar.  
Ik heb voornamelijk een auditief geheugen, visuele beelden kan ik me meestal moeilijk herinneren.  Dus onthoud ik het best door iets gehoord te hebben.  Een deuntje kan hierbij helpen.  Mijn man en ik hebben het spelletje om bij alles wat we horen of doen een passend liedje te zoeken.  Zo zongen we toen we nog samen de bergen in trokken, telkens we een wit-rood-GR-teken tegenkwamen: „We’re on the road again…"

Mijn dochter raakte zonder ongevallen op de eindbestemming, hoofdzakelijk door het papa-vangnet.  De fiets wordt nog even in de hoek gezet tot ze nog enkele boterhammen meer gegeten heeft.  Ook zij gaat trouwens al zingend door het leven: „Jongens, meisjes, aan de kant, hier komt papa olifant."

dinsdag 4 maart 2014

Mercikus

’t is eventjes wennen.
Ik kan niet meer opgaan in de grijze massa.
Niet meer stiekem stoppen bij de bakker voor een zondig taartje.
Geen late café-avonden meer zonder dat er iemand me gezien heeft.  
Nooit meer verdwalen en ongemerkt op hetzelfde traject terug keren.
Deze niet-zo-koude-winter kan ik me nog verduiken in mijn kap en als een kleuter denken dat niemand me gezien heeft (omdat ik ze niet zag). 
Maar de lente staat (hopelijk) voor de deur en dat betekent kaploze tripjes.  Geen verstoppertje meer.
Mezelf volledig overgeven aan het gevoel van vrijheid op mijn nieuwe rijwiel. 
Mijn turquoise fiets.