zaterdag 25 januari 2014

Andersief

“Oeps, ik deed het opnieuw,” was de gedachte die in me opkwam toen ik het weeral niet laten kon om een impulsieve opmerking te maken waardoor alle collega’s naar me keken alsof ik een op aarde gelande alien was.  Ik had me nochtans voorgenomen om me low profile te houden deze keer, had het zelfs luidop verkondigd aan mijn man en enkele collega’s waarmee ik in de heenweg de auto deelde.
Ik heb het nooit in me gehad te ‘blenden’, om op te gaan in de grotere massa.  Soms heb ik mezelf hiervoor vervloekt en wou ik niks liever dan verdwijnen in de menigte.  Een grijze muis zijn en zwijgend toekijken terwijl anderen luidruchtig hun mening verkondigden, maar dat kan ik niet.  Meestal ben ik het die (te) enthousiast mee doet als er een rollenspel gespeeld moet worden of luid mijn gedachten zegt als er in een teamvergadering een vraag de groep in gegooid wordt.  Soms is dit interessant voor de anderen en kunnen zij wegkruipen in de groep, maar meestal is het minder makkelijk voor mezelf.  Hoge bomen vangen veel wind is een spreekwoord dat in mijn leven al veel van toepassing geweest is.  Niet dat ik mezelf beschouw als een hoge boom, dat is het probleem net.  Altijd voor een groepsactiviteit, of dat nu een familiefeest, een nascholing of een sportprestatie is, zeg ik tegen mezelf dat ik me rustig moet houden en stil moet luisteren naar wat de anderen te zeggen hebben.  Tot het moment aangebroken is.  Dan heb ik toch iets in mijn hoofd wat ik met de groep wil delen of ben ik de enige enthousiasteling die mee roept. 
Op sommige momenten en plaatsen vind ik het niet leuk bij de kudde te horen en voel ik me zowaar belachelijk, ook al besef ik dat de andere mensen die daar zijn dat niet stom vinden, anders zouden ze daar niet zijn.  Als ik bijvoorbeeld op een festival voor het toilet sta te wachten, dan vraag ik mezelf soms af wat ik daar doe en waarom ik dit, in een kudde staan wachten, nu echt leuk vind.  Of wanneer ik een groepssportles doe vraag ik me soms af wat een toevallige passant denkt over het feit dat we allemaal samen dezelfde (halsbrekende) oefening aan het doen zijn.
Iedereen voelt zich waarschijnlijk soms eens anders en iedereen is ook anders, maar de ene kan zich toch beter conformeren met de groep dan de andere en ik denk dat dat juist mijn probleem is.  Onbewust wil ik dat waarschijnlijk niet.  Misschien moet ik wel leren leven met mijn impulsieve, ander kant i.p.v. een camouflagetechniek te gebruiken.  Zo’n ongeremde opmerkingen worden bij de andere partij (hopelijk) meestal snel vergeten…



vrijdag 10 januari 2014

Lobservatie

Op mijn loopparcours kom ik altijd een oude man op een bank tegen.  Hij zit een pijp te roken terwijl hij de voorbijgangers observeert.  Soms vindt hij een aanspreekpunt om zijn eenzame dagen te verlichten en heeft de man met de hond ook zijn goede daad van de dag gedaan. 
Als ik hem zie probeer ik én de ‘berg’ op te lopen én mijn adem in te houden om de pijpgeur te slim af te zijn.  Waar ik hem al verschillende keren voor verwenste, vooral omdat het zeker 2 minuten duurt voordat mijn hartslag weer normaal is.  Maar dan bedenk ik ook dat het beter is dat zo’n man zijn dagen op een bankje doorbrengt dan een café rijk te maken.  Vorige week zat hij er echter niet meer.  Dan vraag ik me af wat er met hem gebeurd is: is hij verhuisd naar een rusthuis en zit hij dààr nu op een bankje?  Is hij ziek geworden en kan hij zijn huis niet meer uit?  Of erger? Die vragen komen niet echt uit nieuwsgierigheid, maar meer uit een algemene interesse in (het gedrag) van mensen.  Ik koos niet voor niks de job die ik nu doe.
Een boek of een film vind ik op zijn best wanneer uitgelegd wordt hoe iemand geworden is zoals hij is.  Als ik ergens kom waar nog andere mensen zijn (op een terrasje, op de trein, …), zit ik mensen soms zo hard aan te staren of zijn mijn oren zo erg gespitst dat ik niet meer subtiel kan observeren en mijn man me ter orde moet roepen. 
Ook vraag ik me soms af hoe iemand in het echt is.  Dat gaat soms over de tv-presentator en soms over de juf van mijn dochter.  Zijn ze thuis ook zo grappig?  Hoe gaan ze om met hun kinderen? 
Het is moeilijk om een inschatting te maken van een mens, niemand is gelijk en dat maakt het net zo boeiend.  De grijstinten.  Dat iemand soms zo grof reageert omdat ze een slechte dag gehad hebben en niet om wat jij deed.   Die studie is een levenswerk.

Gisteren ging ik opnieuw lopen en gelukkig zat hij daar weer.  De man op zijn vertrouwde bankje.  En deze keer probeerde ik mijn adem niet in te houden, maar snoof ik de bekende geur met plezier in.