donderdag 11 mei 2017

Eénadem

Op de dag van je begrafenis sneed ik mezelf in de vinger.  Eén onoplettende tel en het bloed leek niet te stelpen.  Eén seconde. Meer was er niet nodig om er niet meer te zijn.  
Ontelbare tellen heb ik al geluk gehad.  Eén ademhaling en ik sneed in mijn vinger.  Eén seconde langer gewacht en ik haalde de trein niet.  Eén tel opgekeken en ik liep in een stront. 
Hoeveel keer liep ik een toertje rond Brugge en was ik - al leek het één seconde- plots aan de Gentpoort?  Hoeveel keer ben ik onnadenkend naar huis gefietst?  Hoeveel keer heb ik in 1 onoplettende tel al iets laten vallen?  Hoeveel keer ben ik onnadenkend tegen iets aan gelopen?
Maar als ik erover nadenk werkt het ook omgekeerd.  Moest ik niet- in een seconde- beslist hebben te zwaaien naar die vrouw zou ik mijn huidige job nooit gehad hebben.  Moest ik op een ander moment de liefde bedreven hebben met mijn man zou ik een ander kind gehad hebben.
Een fractie en een beetje geluk, dat beslist letterlijk over leven en dood.
De wonde aan mijn vinger blijft zeuren, alsof er nog iets fysiek nodig is om aan je te denken.  Hij zal genezen en misschien een klein litteken achterlaten.  Hopelijk kan bij je ouders en je vriendin de wonde ook een beetje genezen.  Een litteken zal er voor eeuwig zijn...
Zondag loop ik 6000 seconden, 3000 in- en 3000 uitademhalingen, met jou in mijn achterhoofd, elke tel.