Mijn oudste dochter
kwam al glunderend thuis na de wieltjesdag: er konden maar drie kindjes van de
klas op haar fiets rijden, voor de rest was het nog te moeilijk. Voor
haar is fietsen een tweede natuur, maar ook bij tweede naturen is het leuk er
eens een pluim voor te krijgen. De jongste dochter fietst ook al mee,
maar de keuze op welk rijwiel ze zal fietsen is nog moeilijk. Met haar
klein brikje kunnen haar beentjes de snelheid van de trappers niet volgen.
Met de grotere fiets lijkt het alsof ze vliegt, maar is starten en
stoppen een aanzienlijke uitdaging. Om op te stappen moet mijn kleine
meid een stoeprand zoeken en wanneer ze remt hopt ze van haar stalen ros alsof
ze van een paard springt.
Het is grappig en
vreemd tegelijkertijd om te zien dat mijn meisjes op dezelfde fietsobstakels
botsen als mij. Zo schrikken ze ook als een auto te snel en te dicht
langs komt rijden of hebben ze al geleerd om ook in voorrangssituaties te
kijken of geen auto nadert. Mijn oudste dochter zei zelfs laatst aan haar
'metje’ dat ze volledig akkoord gaat met onze keuze autoloos door het leven te
gaan, omdat er al auto’s genoeg zijn. Ik las in de krant dat er veel van
haar generatiegenoten het met haar eens zijn, wat toch goed nieuws is. Al
is het jammer dat de ouders nog niet altijd mee willen en voor een ritje van
een kilometer naar school de auto nemen.
Het is ook zeer
vermakelijk wanneer ik mezelf herken in mijn oudste dochter wanneer ze bij een
naderende hindernis versnelt wanneer ik versnel of zich laat afzakken wanneer
ik dat doe. Ook ik weet nooit wanneer ik wat moet doen: de meest
dominante fietser komt dan boven.
Het beldilemma hebben
we ook al een paar keer gehad. Persoonlijk houd ik er niet van dat naderende
fietsers bellen om aan te kondigen dat ze eraan komen, ik vind dat nogal
agressief overkomen. Maar sommige mensen schrikken als je hen
voorbijsteekt zonder te bellen en houden er niet van als je niet belt. Ik
heb speciaal een niet-agressief klinkende bel op mijn fiets, maar toch zie ik
mezelf niet veel in bellende situaties. Ik probeer het dilemma op te
lossen door al fluitend of neuriënd door het leven te gaan, wat mijn humeur ook
alleen maar ten goede doet.
We blijven voorlopig
dus verder al fietsend door het leven gaan, verwend door de vrijheid, hobbelend
op de eeuwige kasseien, enkel afhankelijk van de onvoorspelbaarheid van het
weer. Maar zoals de clichés meestal waar zijn: je smelt niet van een
spatje regen en je hebt het maar zo koud als je gekleed bent (of hoe ging dat ‘weer’?).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten