vrijdag 18 april 2014

Lentegeur

Vroeger kon ik ruiken wanneer de lente de winter overnam.  Dan fietste ik onbevangen rond en rook de nieuwe bloemen van de magnolia, forsythia en Japanse kerselaar.  Af en toe halt houdend voor het maken van een bloemenkrans van de verse madeliefjes.  Kriebels in mijn (nog platte) buik.  Boeken werden nu niet alleen in bed verslonden, maar ook buiten in het gras tussen de ontspruitende bloemen.  Op pasen ontmoette ik mijn eerste en mijn laatste liefde.  Soms werd ik te overmoedig wanneer meneer winter nog even juffrouw lente omarmde en mijn korte rokje niet toereikend genoeg was.  Dan kwam ik koud thuis na mijn lentefietstocht en zocht toch nog even de warme gezelligheid van mijn deken op.  
Tegenwoordig zie ik mezelf niet veel meer onbevangen fietsen, in mijn hoofd zitten altijd wel gedachten aan mijn liefste bezittingen (al is mijn rokje soms nog ontoereikend).  De jongste ervan doet zich, na het zien van de eerste zon, af van haar klerenballast.  Soms komt ze ook koud thuis.  De oudste houdt het liefst haar kleren aan tot ze zeker weet dat de zon echte warmte geeft.  De tuinstoelen worden weer uitgehaald, de trampoline van zijn stof ontdaan.  Op pasen worden nog altijd 100 paaseieren gezocht en wie weet komen ze daar hun eerste en laatste liefde tegen.  Het is anders dan vroeger, toen ik de aankomende lente nog rook, maar daarom niet slechter.  We zijn nu met 4 om de toekomstige nieuwe periode te ontdekken en zoals het cliché zegt geeft dat ook 4 keer zo veel plezier.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten