dinsdag 4 maart 2014

Mercikus

’t is eventjes wennen.
Ik kan niet meer opgaan in de grijze massa.
Niet meer stiekem stoppen bij de bakker voor een zondig taartje.
Geen late café-avonden meer zonder dat er iemand me gezien heeft.  
Nooit meer verdwalen en ongemerkt op hetzelfde traject terug keren.
Deze niet-zo-koude-winter kan ik me nog verduiken in mijn kap en als een kleuter denken dat niemand me gezien heeft (omdat ik ze niet zag). 
Maar de lente staat (hopelijk) voor de deur en dat betekent kaploze tripjes.  Geen verstoppertje meer.
Mezelf volledig overgeven aan het gevoel van vrijheid op mijn nieuwe rijwiel. 
Mijn turquoise fiets.


dinsdag 18 februari 2014

Suikerzot

Vooral mijn jongste dochter heeft er last van.  Als ze van zo’n binnenspeeltuin komt waar ze 1 cola, een fruitsap, een pannenkoek en een zak snoepen gegeten heeft.  Wanneer ze geen frisse lucht binnen gekregen heeft, maar de zoete geur van kinderzweet en spekken.  Waar ze geen vogeltjes hoort fluit en waar het ruisen van de wind en het tikken van de regen overstemd wordt door gillende kinderstemmetjes.  Als de beleefdheid me niet zou zeggen dat ik met de andere ouders moet praten, zou ik het allerliefst mijn oordoppen aandoen. 

Na zo’n middagje komt mijn kleuter thuis en weet ze met zichzelf geen weg.  Ik noem haar dan suikerzot.  Het hoort er natuurlijk allemaal bij en de kinderen vinden het fantastisch om naar zo’n speeltuin te gaan.  Anders zou ik met haar gaan rennen door de regen, fietsen tegen wind en eens stil staan om te luisteren naar de vogeltjes.  Of toch in mijn dromen.  In werkelijkheid is het niet zo makkelijk om een kleuter te entertainen.  Om telkens weer nieuwe activiteiten te vinden (met de nadruk op actie) in deze winterse buien.  Mijn actieve kleuter wordt dan ook wel eens suikerzot zonder suiker.  Ik (h)erken dat gevoel ook in mezelf, wanneer ik te lang aan de computer gewerkt hebt en te weinig buitenlucht opgezogen heb.  Dan kan ik mijn benen niet meer stil houden en kriebelt mijn buik van ongebruikte energie.  Gelukkig bestaat voor alles een oplossing en de meest eenvoudige zijn meestal de beste.  Daarom: naar buiten met mezelf en mijn kinderen en ga van die computer af…

zaterdag 25 januari 2014

Andersief

“Oeps, ik deed het opnieuw,” was de gedachte die in me opkwam toen ik het weeral niet laten kon om een impulsieve opmerking te maken waardoor alle collega’s naar me keken alsof ik een op aarde gelande alien was.  Ik had me nochtans voorgenomen om me low profile te houden deze keer, had het zelfs luidop verkondigd aan mijn man en enkele collega’s waarmee ik in de heenweg de auto deelde.
Ik heb het nooit in me gehad te ‘blenden’, om op te gaan in de grotere massa.  Soms heb ik mezelf hiervoor vervloekt en wou ik niks liever dan verdwijnen in de menigte.  Een grijze muis zijn en zwijgend toekijken terwijl anderen luidruchtig hun mening verkondigden, maar dat kan ik niet.  Meestal ben ik het die (te) enthousiast mee doet als er een rollenspel gespeeld moet worden of luid mijn gedachten zegt als er in een teamvergadering een vraag de groep in gegooid wordt.  Soms is dit interessant voor de anderen en kunnen zij wegkruipen in de groep, maar meestal is het minder makkelijk voor mezelf.  Hoge bomen vangen veel wind is een spreekwoord dat in mijn leven al veel van toepassing geweest is.  Niet dat ik mezelf beschouw als een hoge boom, dat is het probleem net.  Altijd voor een groepsactiviteit, of dat nu een familiefeest, een nascholing of een sportprestatie is, zeg ik tegen mezelf dat ik me rustig moet houden en stil moet luisteren naar wat de anderen te zeggen hebben.  Tot het moment aangebroken is.  Dan heb ik toch iets in mijn hoofd wat ik met de groep wil delen of ben ik de enige enthousiasteling die mee roept. 
Op sommige momenten en plaatsen vind ik het niet leuk bij de kudde te horen en voel ik me zowaar belachelijk, ook al besef ik dat de andere mensen die daar zijn dat niet stom vinden, anders zouden ze daar niet zijn.  Als ik bijvoorbeeld op een festival voor het toilet sta te wachten, dan vraag ik mezelf soms af wat ik daar doe en waarom ik dit, in een kudde staan wachten, nu echt leuk vind.  Of wanneer ik een groepssportles doe vraag ik me soms af wat een toevallige passant denkt over het feit dat we allemaal samen dezelfde (halsbrekende) oefening aan het doen zijn.
Iedereen voelt zich waarschijnlijk soms eens anders en iedereen is ook anders, maar de ene kan zich toch beter conformeren met de groep dan de andere en ik denk dat dat juist mijn probleem is.  Onbewust wil ik dat waarschijnlijk niet.  Misschien moet ik wel leren leven met mijn impulsieve, ander kant i.p.v. een camouflagetechniek te gebruiken.  Zo’n ongeremde opmerkingen worden bij de andere partij (hopelijk) meestal snel vergeten…



vrijdag 10 januari 2014

Lobservatie

Op mijn loopparcours kom ik altijd een oude man op een bank tegen.  Hij zit een pijp te roken terwijl hij de voorbijgangers observeert.  Soms vindt hij een aanspreekpunt om zijn eenzame dagen te verlichten en heeft de man met de hond ook zijn goede daad van de dag gedaan. 
Als ik hem zie probeer ik én de ‘berg’ op te lopen én mijn adem in te houden om de pijpgeur te slim af te zijn.  Waar ik hem al verschillende keren voor verwenste, vooral omdat het zeker 2 minuten duurt voordat mijn hartslag weer normaal is.  Maar dan bedenk ik ook dat het beter is dat zo’n man zijn dagen op een bankje doorbrengt dan een café rijk te maken.  Vorige week zat hij er echter niet meer.  Dan vraag ik me af wat er met hem gebeurd is: is hij verhuisd naar een rusthuis en zit hij dààr nu op een bankje?  Is hij ziek geworden en kan hij zijn huis niet meer uit?  Of erger? Die vragen komen niet echt uit nieuwsgierigheid, maar meer uit een algemene interesse in (het gedrag) van mensen.  Ik koos niet voor niks de job die ik nu doe.
Een boek of een film vind ik op zijn best wanneer uitgelegd wordt hoe iemand geworden is zoals hij is.  Als ik ergens kom waar nog andere mensen zijn (op een terrasje, op de trein, …), zit ik mensen soms zo hard aan te staren of zijn mijn oren zo erg gespitst dat ik niet meer subtiel kan observeren en mijn man me ter orde moet roepen. 
Ook vraag ik me soms af hoe iemand in het echt is.  Dat gaat soms over de tv-presentator en soms over de juf van mijn dochter.  Zijn ze thuis ook zo grappig?  Hoe gaan ze om met hun kinderen? 
Het is moeilijk om een inschatting te maken van een mens, niemand is gelijk en dat maakt het net zo boeiend.  De grijstinten.  Dat iemand soms zo grof reageert omdat ze een slechte dag gehad hebben en niet om wat jij deed.   Die studie is een levenswerk.

Gisteren ging ik opnieuw lopen en gelukkig zat hij daar weer.  De man op zijn vertrouwde bankje.  En deze keer probeerde ik mijn adem niet in te houden, maar snoof ik de bekende geur met plezier in.

maandag 23 december 2013

Kerstgevoel


En toen was het plots weer kerstavond.  Ondanks kerstliedjes, pinkelende lichtjes, music for live en kinderkunstwerkjes onder de kerstboom gaat het kerstgevoel dit jaar aan me voorbij.  Misschien door het weer die me nog in herfstsferen laat blijven?  Hoe waren we hier gekomen?  Hoe was dit jaar opnieuw langs mij gepasseerd?  Komt het door het ouder worden dat het leven sneller gaat dan vroeger?  Of leef je sneller als het leven je klappen uitdeelt?  De relatieve tijd, niet die van Einstein, maar die van het gevoel.  Een minuut op iemand staan wachten lijkt soms een uur te duren, terwijl uren soms te kort zijn als je alles wat je gepland hebt wil doen.  Het eerste loopstukje voelt ook altijd langer aan.  Als het dametje in mijn oren zegt dat ik (nog maar) 5 minuten gelopen heb, zakt de moed me soms letterlijk in mijn schoenen.  Maar na een half uur lijkt het alsof ik voor eeuwig door kan blijven lopen.  Wat ‘voor eeuwig’ ook wil zeggen.  Forrest Gump bleef ook lopen.  Hij deed dit om zijn verdriet te verwerken.  Geen baard, korte baard, lange baard, tot  hij er genoeg van had.  We kunnen blijven lopen, soms met de tijd mee, soms sneller dan de tijd en soms vertragend.
Als er dan een doel in 2014 moet gesteld worden is het dat wel: vertragen in het leven, de tijd voelen, het leven beleven en je niet laten leven.  Want voor je het weet is het weer kerstavond en is er alweer een jaar voorbij.

maandag 9 december 2013

Hoofdeenvoudig

“In mijn hoofd is alles heel eenvoudig, in mijn hoofd valt alles op zijn plaats”, zingt Raymond.
Het is waarschijnlijk niet helemaal wat hij met die woorden bedoelt, maar in mijn hoofd lijkt alles ook soms simpeler dan het is.  Neem nu de armband die ik zag liggen: ik dacht dat die makkelijk na te maken was, maar ik had hem beter gekocht.  Hetzelfde met die sjaal die ik in een film zag: namaken lijkt eenvoudiger dan het is.  Ook toen ik dat liedje voor het eerst drumde leek het op voorhand makkelijker dan het eruit kwam (nog veel oefenen is hier de boodschap).
Maar het gaat verder dan dat.  Toen ik 20 jaar was, dacht ik dat ik aan mijn dertigste alles op een rijtje zou hebben.  Ik zag mezelf al rijden in een (niet gespecifieerd merk, want daar heb nooit aan gedacht, dat zijn meer jongensdromen) auto, haren in de wind (als je dan toch mag dromen), totaal in balans met alles wat ik deed.  Soms denk ik dat dat ook klopt, andere momenten lijkt het in mijn hoofd eenvoudiger dan het is.  Dat van die auto heb ik geen spijt van, want ik denk gelukkiger te zijn zonder.  Het paste voor twintiger-Lobke gewoon in het beeld van evenwichtig zijn.  Mijn twintigerpersoonlijkheid dacht ook dat dertigers al oud waren en alles al beleefd hadden.  De hele checklist al geschrapt.  Als 33 jarige vrouw blijk ik al een heel nieuw lijstje te hebben.
Eén puntje op die lijst is terug gaan naar het plaatsje waar mijn man en ik 10 jaar geleden voor het eerst de bergen uit klommen.  We kwamen volledig bezweet, rugzak op onze rug aan.  Met enkel zakjes met poeder om te eten en flessen om te vullen met water van de bergrivier, die naast onze tent en slaapzak een plaatsje in die rugzak veroverd hadden.  We smachtten naar vers eten en gingen naar het dal waar we een verlaten camping ontdekten met een vervreemde, kunstige, gevluchte Vlaming als eigenaar.  Een mini-oase, het mooiste plaatsje waar we beiden ooit geweest waren en waar we zworen later onze kinderen mee naar toe te nemen.  De man gaf ons zijn kaartje en nu, meer dan 10 jaar later, vond ik het terug na enkele minuutjes zoeken.  Een verkleurd, wat gekreukt en besmeurd kaartje.  Nog een tijdje zoeken later vond ik op het internet dat hij er nog altijd een camping uitbaat, weliswaar met een andere vrouw.  Dat is het eerste wat op mijn checklist staat, daar naartoe gaan, nu ook met mijn kinderen.  Misschien met (een gehuurde) auto in plaats van te voet.  En hopelijk is het plan in mijn hoofd even eenvoudig als het zal zijn.