woensdag 11 juni 2014

Verjaardagsdepressie

Een tijdje geleden zag ik een filmpje van een meisje dat voor haar verjaardag een vaas 'made in China’ kreeg en enthousiast vroeg of ze een reis naar China kado kreeg.  Of hoe je altijd te veel van een verjaardag verwacht.  Jarenlang heb ik beweerd mijn verjaardag niet belangrijk te vinden.  Ik heb verjaardagen gevierd met enkel mijn moeder die een uurtje naar mijn kot kwam om gezond eten voor me te koken en mijn gasvuur proper te maken om me daarna terug achter mijn bureau te verschuilen.  Ook enkele jaren met huilbaby op de arm.  Telkens probeerde ik die dag te negeren.  Want als je er veel van verwacht, dan gebeurt er toch niks.
En er wordt ook veel van jou verwacht: trakteren, kussen uitdelen, voor taart zorgen, eten maken, … 
Ook op de sociale media moet je mee zijn: men verwacht bij elke ‘happy birthday’- opmerking dat je toch tenminste tegen de avond een leuk en gevat bedankingswoordje op je account zet.  En het liefst van al doe je bij ieder apart een ‘vind ik leuk’, zodat mensen zich uniek zouden voelen.  In omgekeerde richting geldt hetzelfde: er wordt verwacht dat je aan elke facebook’vriend’ een leuk woordje wijdt op zijn/haar verjaardag, ook al heb je hem of haar in jaren niet meer gezien.  Het laatste jaar heb ik dat bewust eens niet gedaan.  Alleen mensen die ik als ‘echte vriend’ beschouw krijgen van mij een ‘hieperdepieper’ toegeworpen, het liefst via sms.  Bij wijze van experiment wou ik eens kijken wie van mijn facebook’vrienden’ me dan toch proficiateert, ondanks mijn nalatigheid.  Merken mensen wel nog dat je een attentie voor hen achterlaat of verdwijnt het in de put met alle andere wensen?  Niet dat ik het niet apprecieer, maar ik vind het nog altijd een speciaal gegeven. 
Dit jaar voel ik niks meer: geen verwachtingen, geen ontgoocheling en dat is nog het leukste van al.  Meer dan een beetje aandacht van mijn beste vriendinnen en (schoon)familie, mijn sexy vent, een heldere hemel en een mooie tekening van mijn twee dochters heb ik niet nodig.  Bij deze toch een (gevat) bedankingswoordje voor alle attenties vandaag … En hopelijk zijn mijn facebook'vrienden' dit schrijfseltje volgend jaar vergeten, zodat ik toch nog wat virtuele wensen krijg...

donderdag 22 mei 2014

Rustthee

Op sommige dagen verlang ik naar dat moment wanneer de rust in huis eindelijk wederkeert.  Dat moment wanneer mijn twee meisjes na een dag vol leven zich overgegeven hebben aan een heerlijke nacht slaap, hier en daar nog wat speelgoed en vuile kleren achterlatend.  Dat moment wanneer ik mijn spannende kleren uitdoe en een lange vlecht maak in mijn haar.  Dan kruip ik onder een deken in mijn zetel en adem eerst de stilte van het moment in.  De rolluiken gaan naar beneden en schreeuwen naar voorbijgangers: „Laat mij met rust, hier heerst de eerste stilte na een lange dag vol gejoel, ruzies, verhalen.”  De waterkoker kookt voor mij het warme water terwijl ik de restjes van de dag verwijder. De thee is de aanzet tot stilstand en mijn avond kan beginnen: een romantische film waarbij ik heimelijk een traantje wegpink, een goed boek waarin ik mezelf volledig kwijt raak, een gezelschapsspelletje met mijn man waarbij ik steevast verlies (bij dat verliezen heb ik ambivalente gevoelens: stiekem vind ik dit niet leuk, maar aan de andere kant vind ik een winnende man wel sexy) of een blogje schrijven.  Op sommige dagen verlang ik dus naar dit moment, meestal dagen waarbij de regen maakt dat mijn meisjes het teveel aan opgestapelde energie niet kwijt kunnen, of dagen waarbij ze bij de minste aanleiding ruzie maken (met elkaar en met mij).
Gelukkig zijn er ook die andere dagen, deze waarin ik de hele dag moet glimlachen om de kleine verhalen, hun fantasie tijdens het spel of het gesmak tijdens het eten. 

zaterdag 10 mei 2014

Fietsrecidief

Mijn oudste dochter kwam al glunderend thuis na de wieltjesdag: er konden maar drie kindjes van de klas op haar fiets rijden, voor de rest was het nog te moeilijk.  Voor haar is fietsen een tweede natuur, maar ook bij tweede naturen is het leuk er eens een pluim voor te krijgen.  De jongste dochter fietst ook al mee, maar de keuze op welk rijwiel ze zal fietsen is nog moeilijk.  Met haar klein brikje kunnen haar beentjes de snelheid van de trappers niet volgen.  Met de grotere fiets lijkt het alsof ze vliegt, maar is starten en stoppen een aanzienlijke uitdaging.  Om op te stappen moet mijn kleine meid een stoeprand zoeken en wanneer ze remt hopt ze van haar stalen ros alsof ze van een paard springt.
Het is grappig en vreemd tegelijkertijd om te zien dat mijn meisjes op dezelfde fietsobstakels botsen als mij.  Zo schrikken ze ook als een auto te snel en te dicht langs komt rijden of hebben ze al geleerd om ook in voorrangssituaties te kijken of geen auto nadert.  Mijn oudste dochter zei zelfs laatst aan haar 'metje’ dat ze volledig akkoord gaat met onze keuze autoloos door het leven te gaan, omdat er al auto’s genoeg zijn.  Ik las in de krant dat er veel van haar generatiegenoten het met haar eens zijn, wat toch goed nieuws is.  Al is het jammer dat de ouders nog niet altijd mee willen en voor een ritje van een kilometer naar school de auto nemen.
Het is ook zeer vermakelijk wanneer ik mezelf herken in mijn oudste dochter wanneer ze bij een naderende hindernis versnelt wanneer ik versnel of zich laat afzakken wanneer ik dat doe.  Ook ik weet nooit wanneer ik wat moet doen: de meest dominante fietser komt dan boven.
Het beldilemma hebben we ook al een paar keer gehad.  Persoonlijk houd ik er niet van dat naderende fietsers bellen om aan te kondigen dat ze eraan komen, ik vind dat nogal agressief overkomen.  Maar sommige mensen schrikken als je hen voorbijsteekt zonder te bellen en houden er niet van als je niet belt.  Ik heb speciaal een niet-agressief klinkende bel op mijn fiets, maar toch zie ik mezelf niet veel in bellende situaties.  Ik probeer het dilemma op te lossen door al fluitend of neuriënd door het leven te gaan, wat mijn humeur ook alleen maar ten goede doet.
We blijven voorlopig dus verder al fietsend door het leven gaan, verwend door de vrijheid, hobbelend op de eeuwige kasseien, enkel afhankelijk van de onvoorspelbaarheid van het weer.  Maar zoals de clichés meestal waar zijn: je smelt niet van een spatje regen en je hebt het maar zo koud als je gekleed bent (of hoe ging dat ‘weer’?).


vrijdag 18 april 2014

Lentegeur

Vroeger kon ik ruiken wanneer de lente de winter overnam.  Dan fietste ik onbevangen rond en rook de nieuwe bloemen van de magnolia, forsythia en Japanse kerselaar.  Af en toe halt houdend voor het maken van een bloemenkrans van de verse madeliefjes.  Kriebels in mijn (nog platte) buik.  Boeken werden nu niet alleen in bed verslonden, maar ook buiten in het gras tussen de ontspruitende bloemen.  Op pasen ontmoette ik mijn eerste en mijn laatste liefde.  Soms werd ik te overmoedig wanneer meneer winter nog even juffrouw lente omarmde en mijn korte rokje niet toereikend genoeg was.  Dan kwam ik koud thuis na mijn lentefietstocht en zocht toch nog even de warme gezelligheid van mijn deken op.  
Tegenwoordig zie ik mezelf niet veel meer onbevangen fietsen, in mijn hoofd zitten altijd wel gedachten aan mijn liefste bezittingen (al is mijn rokje soms nog ontoereikend).  De jongste ervan doet zich, na het zien van de eerste zon, af van haar klerenballast.  Soms komt ze ook koud thuis.  De oudste houdt het liefst haar kleren aan tot ze zeker weet dat de zon echte warmte geeft.  De tuinstoelen worden weer uitgehaald, de trampoline van zijn stof ontdaan.  Op pasen worden nog altijd 100 paaseieren gezocht en wie weet komen ze daar hun eerste en laatste liefde tegen.  Het is anders dan vroeger, toen ik de aankomende lente nog rook, maar daarom niet slechter.  We zijn nu met 4 om de toekomstige nieuwe periode te ontdekken en zoals het cliché zegt geeft dat ook 4 keer zo veel plezier.




zondag 13 april 2014

Marktstress

„Ik ga nooit meer naar de markt,” fluistert het geagiteerde vrouwtje in mijn hoofd.  Nochtans kan ik mezelf vooraf altijd goed overtuigen van een marktripje.  Langs de zonnige straten slenteren en doen alsof ik in het Zuiden zit.  De geur van versgebakken koekjes in mijn neus.  Marktverse groenten en fruit kopen voor de helft van de prijs als in de winkel.  En op het einde van de trip nog een gebakken kipje kopen, zodat ik die middag eens niet aan koken moet denken.  Soms ga ik naar mijn favoriete kraampje bij de man met zijn hoed waar een bloem op zit een bos verse bloemen halen voor mijn geliefden.  Het lijkt idyllisch.  Tot ik aan zo’n kraampje sta.  Opeens ben ik een onzichtbare vrouw.  Iedereen, jong en oud, lijkt zijn boodschappen voor mij te kunnen bestellen.  Wanneer ik niet wil opvallen lukt het me nooit, maar op de markt zou ik graag een beetje opvallender zijn.  Alles probeerde ik al.  Ik testte het uit om oogcontact te maken, maar de marktkramer keek altijd weg of dacht dat het een of andere bizarre verleidingstruc was.  Dan maar met iets zwaaien (geld of gewoon mijn boodschappenlijstje).  Niet meer dan een flauw zwaaitje terug heb ik hierdoor nooit verkregen.  Ik ging eens over tot de grove middelen: ik blokkeerde een deel van het kraam met mijn fiets, liefst met een kind erop.  Hierdoor kreeg ik vooral boze blikken van mijn medekopers en een overspannen marktkramer.  Ik werd wel wat vlotter besteld, maar kreeg een slecht gevoel door de negatieve energie rondom me.  
Mijn uitstapjes naar de markt zijn dus nog heel dun bezaaid.  Het moet al een hele mooie zomerdag zijn, liefst in het Zuiden, als ik me nog eens waag aan de markthel.  Geef mij maar de rij in de slagerij, liefst met een vastgelegd nummer. 

vrijdag 21 maart 2014

Dwaalster

Ik zie mezelf nog staan, mijn gouden golf geparkeerd langs de kant van de weg.
In mijn herinneringen gebeurde het alleen op grijze dagen.  En dan belde ik mijn noodnummer.  „Papa,” hoorde ik mezelf dan zeggen, „ik ben verdwaald.”  Mijn rustige vader bracht me gelukkig altijd op het juiste spoor met enkel de aanwijzing van 'een lindeboom’, 'een verkeerslicht’ en 'een blauw bordje’. 
Al toen ik kind was verdwaalde ik overal.  Als 8-jarige ben ik eens op de dijk aan zee verloren gelopen (hoe dat kan?) en een paar uur vermist geweest. 
Gelukkig (of net daarom?) ben ik getrouwd met een man met ingebouwd kompas.  Mijn geliefde vindt overal de weg, ook al zitten we midden in het bos met enkel een schors met mos bekleed als aanwijzing.  Dat geeft mij enorm veel rust.  Want de weg zoeken is voor mij gelijk aan stress.  
De belangrijkste momenten in mijn leven gaan dan ook hand in hand met het voorbereiden van en zoeken naar de juiste route.  De laatste dag van mijn eerste job verdwaalde ik met een collega (ik reed, zij naast mij) naar de plaats waar we met het team afgesproken hadden.  De wandeling hebben we moeten overslaan, maar we konden direct aan de aperitief beginnen (met enige hysterie eraan voorafgaand).  Op mijn volgende job moest ik een school terug vinden in een woonwijk.  Ook al was ik er al verschillende keren geweest, op de laatste dag speelde ik het nog klaar om een verkeerde straat in te rijden.  Vandaag nog raadpleegde ik google maps om het restaurantje waar ik afgesproken had, dat op 2 minuten fietsen van mijn werk verwijderd is, terug te vinden.  En zo kan ik -tig verhalen vertellen over verdwaalde lobkes in het (sprookjes)bos.
Er is nu gelukkig een goede uitvinding: de gps. (Alhoewel ik mét ook nog durf verdwalen, wie weet nu hoeveel exact 600 meter is?)  
Ironisch genoeg geven we aan mijn vader voor zijn 59-ste verjaardag een nieuwe navigatiesysteem cadeau.  Ik krijg per ongeluk express zijn oude...(alhoewel ik al jaren geen auto meer heb)

zondag 9 maart 2014

Levenssoundtrack

Mijn jongste dochter mocht samen met haar papa eens testen of ze al op een fiets van een maatje groter kon.  Ik liep achter langs de vesting.  Ze fietsen voor me: de sterke man op de grote fiets naast het kleine meisje, nog een beetje onstabiel op haar ’nieuwe' fiets.  De solide armen van haar papa klaar om haar op te vangen.  De eerste lentezon blonk op hun rug.  Een bijpassend muziekje weerklonk in mijn oren.  En dan word ik even een personage in mijn eigen film.  Met een zeer goede soundtrack, want ik koos alle liedjes zelf uit.  Soms ben ik zelfs geen personage als ik naar muziek luister, maar een toeschouwer.  Het lijkt of ik de mensen beter kan observeren, meer afstand kan nemen wanneer er een goed liedje in mijn hoofd of oren weerklinkt.  
Een liedje moet eigenlijk zelfs niet mooi zijn om een bepaald gevoel op te roepen.  De herinnering aan een bepaalde gebeurtenis in mijn leven kan ook weerspiegeld worden in een 'foute’ song dat toen juist op de radio was.  Of dat op dat moment een hitje was.  Zo zal 'teenage dirtbag' me altijd doen wegdromen over de beginperiode van mijn relatie.  Of 'the spirit' van Fiocco aan mijn 18de levensjaar.  
Ik heb voornamelijk een auditief geheugen, visuele beelden kan ik me meestal moeilijk herinneren.  Dus onthoud ik het best door iets gehoord te hebben.  Een deuntje kan hierbij helpen.  Mijn man en ik hebben het spelletje om bij alles wat we horen of doen een passend liedje te zoeken.  Zo zongen we toen we nog samen de bergen in trokken, telkens we een wit-rood-GR-teken tegenkwamen: „We’re on the road again…"

Mijn dochter raakte zonder ongevallen op de eindbestemming, hoofdzakelijk door het papa-vangnet.  De fiets wordt nog even in de hoek gezet tot ze nog enkele boterhammen meer gegeten heeft.  Ook zij gaat trouwens al zingend door het leven: „Jongens, meisjes, aan de kant, hier komt papa olifant."